top

klik op plaatje voor de poster met jaarthema
2010-2011

Verloren Zoon

 

 

 

 

JAARTHEMA 2010 - 2011

 

’KEER ONS TOE NAAR ELKAAR’

 

Het werkjaar 2010 - 2011 staat in het teken van ’vergeving en verzoening’, zo heeft het pastorale team besloten tijdens de jaarlijkse bezinningsdagen in Maarssen.

Het centrale thema dat is gekozen luidt: ’Keer ons toe naar elkaar’.

 

Vergeven is een stap op weg naar verzoenen. Als je in staat bent te zeggen: ’zand erover’ vindt er vergeving plaats, maar dat is nog niet per definitie verzoening. Bij verzoening is meer nodig. Als je je verzoent keer je je hart toe naar elkaar. Bij verzoening hoort wederkerigheid, dat je elkaar het licht in de ogen gunt, dat je elkaar aankijkt. Zo heeft God zich met ons mensen verzoend in de kruisdood van Jezus.

Bij verzoening hoort ook dat je goed om gaat met conflicten die telkens ontstaan waar mensen tegenstrijdige belangen hebben of het anderszins oneens zijn met elkaar. Zo is er een relatie met ’vrede’.

 

’Keer ons toe naar elkaar’ is een deel van een acclamatie: Keer U om naar ons toe, keer ons toe naar elkaar.

Deze acclamatie is goed te zingen tijdens de voorbede; dit zal aan de koren gevraagd worden.

  notataie

 

 

 

 

 

 

 

Zeker is dat er over vergeven en verzoenen veel te zeggen en te bezinnen is. Het barmhartige van God heeft ermee te maken. In het Onze Vader bidden we: ’en vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven’. Daar zie je ook dat aspect van wederkerigheid, zo door Jezus aan ons voorgehouden.

 

Het barmhartige van God zien we ook in de parabel van de verloren zoon. (Lucas 15, 11-32)

Nergens in het evangelie komt het grenzeloze van Gods barmhartige liefde zo sterk tot uitdrukking als in deze gelijkenis.

Rembrandt van Rijn werd door deze parabel geïnspireerd en schilderde het thema van vergeving in iets dat hij zeer diep invoelde. Vergeving is in het schilderij niet beter uitgedrukt met een bijna genante kracht, die het evenwel niet belet tegelijkertijd ook verzoenend te zijn.

De pastoraatsgroep heeft een tafereel van het schilderij van Rembrandts ’verloren zoon’ in onze huisstijl geplaatst.

 

Dit tafereel trekt de aandacht van de handen van de oude vader die zijn terugkerende zoon aan de borst drukt. Daarbij zie je in het schilderij: vergeving, verzoening, genezing, geborgenheid, rust en thuiskomst.

 

Wij hopen dat dit jaarthema boeiende bijeenkomsten, goede gesprekken en inspirerende vieringen oplevert.

 

Namens de pastoraatsgroep,

Hans van Achthoven

OVERWEGING

Beste mensen,

Er zijn maar weinig verhalen bekender dan de parabel van de’Verloren Zoon’.

Blijkbaar is het een verhaal dat ons bijzonder raakt; zonder dat we precies kunnen zeggen waarom. De meningen hierover zijn nogal verdeeld.

 

Sommigen vinden de jongste zoon een verwende knul, een man die niet in staat is zijn leven inhoud en zin te geven; een man die verkwist wat hem in de schoot is geworpen.

Anderen daarentegen zien in de oudste een kleinzielig figuur,

die op een vervelende wijze zijn gelijk probeert te halen.

En dan tenslotte die vader; moet die nu werkelijk die jongste zo feestelijk onthalen?

Doen de fouten en het feilen van die zoon er dan niet toe?

 

Kortom, het verhaal is één van de oermythen van het christendom, maar we weten eigenlijk niet goed het verhaal te plaatsen.

Dat ook al omdat het verhaal nauwelijks een happy end kent.

Het begint met een gescheurde familie: (de jongste trekt weg),

het eindigt met een opnieuw gescheurde familie: (de oudste blijft buiten terwijl er gefeest wordt) en de moeder ontbreekt bovendien.

Dus het verhaal lijkt te gaan over gemis, gebrek en scheuren die nooit geheeld en opgevuld raken. Ook al stellen wij vaak vast - ondanks al onze vragen! - dat het gaat over Gods liefde die de mens ontvangt, zelfs na grote fouten.

Wij kiezen dus het liefste voor een happy end. Maar is dat zo?

Kan dat nog, als de oudste zo haatdragend is jegens zijn broer en vader?

Met andere woorden: waar gaat het verhaal dan eigenlijk over?

 

Vandaag wil ik op een andere manier naar deze parabel kijken.

Deze woorden van Jezus kun je ook horen als een gelijkenis over levenskunst.

De kunst die elke mens zich in het leven moet toe-eigenen om in balans te blijven bij alle lotgevallen, in de uitdagingen die je ontmoet en bij alle keuzes die nodig zijn.

Levenskunst als een weg van levenslang leren, met vallen en opstaan.

Je kunt de gelijkenis lezen als een spiegel van je innerlijk leven.

Als je dat doet, verplaats je je niet meer in één van de personen in de gelijkenis,

maar versta je de drie hoofdpersonen in het verhaal als een krachtenveld,

als stemmen binnen je eigen ziel.

 

Ga eens bij jezelf te rade:

Misschien herken je wel die opstandige, ongedurige kant in jezelf,

die blijft hunkeren naar een onbekende verte, een ander perspectief,

een nieuw huis, een andere baan.

De hang naar vrijheid, het verlangen naar een ongebonden bestaan,

naar zorgeloosheid zonder al die verplichtingen en verantwoordelijkheden.

 

De periodieke vakantie moet deze opstand bedwingen: kom, we gaan er maar eens even lekker uit. Even weg uit de tredmolen en de sleur van de ene week na de andere. Met steeds datzelfde keurslijf van zorgen en werken, en werken en zorgen.

Je voelt het kriebelen. Je plukt een reisfolder uit een rek, of je googelt even naar Cheepticket.nl en droomt over zomaar van de aardbodem te verdwijnen,

al is het maar voor een paar weken…

Het kan je allemaal gestolen worden, die truttige bloemetjes op je tafel, je gezellige bezoekjes en gesprekjes. Waar gáát het over?!?

Je herkent jezelf in de jongste zoon.

’Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb’.

 

Maar er is ook die andere stem.

Die tegenpool, de andere kracht in het spel. Het gewicht van de verantwoordelijkheid.

Het weten van de zorg die je is toevertrouwd, de betrouwbaarheid waar je voor wilt staan en die je wilt voorleven aan je kinderen.

Het aanzien dat je hebt opgebouwd, de positie in je werk.

Dat is toch niet allemaal zo zwaar als het lijkt?

Is er niet het genieten van de vaste regelmaat, de zekerheid die het geeft?

De afwisseling van werkdagen en weekend, de kleine verrassingen daartussendoor die het leven zo mooi en zinvol maken?

Als je bent opgewassen tegen je taken en de waardering ontvangt die je zoekt dan hoef je niet zo nodig uit te spatten.

Daar ben je misschien wel te oud voor. Je moet er niet aan denken.

Wat gaat er boven een weekendje weg met partner en kinderen?

Een glaasje wijn zo tegen het avondeten en een krantje, meer heb je niet nodig. De oudste zoon was op het veld.

’Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had’.

 

En dan is er de vader.

Degene die zijn jongste zoon zonder verwijten het geld geeft dat hem toekomt. Die hem laat gaan en in gedachten volgt.

Hij laat zijn zorg uitgaan over beide zoons, proberend elk te geven wat hij nodig heeft.

Deze vader heeft de verschijning van de wijsheid, van het geduld, de instantie in jezelf (is het je wijsheid? je ziel?) die boven de waan van de dag wil uitstijgen en probeert de belangen van je hele innerlijke wereld, met al hun tegenstrevende krachten, in balans te brengen.

Deze stem in ieder van ons weet wat leven is; dat het zich beweegt tussen vrijheid en gebondenheid, tussen verlangen en verantwoordelijk zijn, tussen weggaan en thuisblijven.

De vader in ieder van ons heeft er weet van dat leven kan betekenen:

je tegoed opnemen, uitproberen wat je waard bent, verliezen oplopen, loslaten.

En in dat alles blijft die vader op de uitkijk staan.

 

De vader weet ook dat leven betekent betrouwbaar zijn,

je aandeel op je nemen in de zorg voor kinderen en ouders,

aanspreekbaar zijn op verantwoordelijkheden en verplichtingen.

Weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven.

Niemand wacht want je bent er nog.

Niemand neemt afscheid want je gaat niet weg.

 

De vader in ons wil het beste voor alle partijen. Hij bewaakt de balans. Zodat je kunt leven. Met vallen en opstaan.

Soms voor een tijdje opstandig, dan weer een tijd loyaal.

’Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Laten we feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden’.

 

Beste medeparochianen,

’zorg om wat verloren is’ zet de nieuwe vertaling boven Lucas 15.

En het is de vraag wie van de beide zoons het meest verloren is geweest. Zal de jongste zoon achteraf zeggen dat hij niet weg had moeten gaan? Ik vraag het me af.

Zal de oudste tevreden vaststellen dat hij al zijn zekerheden en geld nog heeft terwijl ieder feest viert om de terugkeer van zijn broer?

Er is geen partij te kiezen tussen deze twee broers.

Beiden zijn op een bepaalde manier verloren gegaan; op beiden wordt gewacht.

 

In het licht van deze gelijkenis mogen we onszelf soms toestaan te zijn als die jongste broer, want die wilde léven, echt leven.

Soms is ons leven zo ingebouwd in structuren en zekerheden dat je er niet meer in kunt ademen, niet écht in kunt leven.

Dan kan het moment komen waarop je tegen je jezelf zegt: tot hier en niet verder.

’Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb’.

Ik mag toch ook leven!? Echt leven is risico’s nemen. Leven op tegoed.

Diep gaan om te weten wie je bent en waar je vandaan komt.

 

Maar die oudste zoon in ons is er evengoed. In andere tijden voert hij de boventoon.

Hij hoeft zich niet te schamen: zijn kracht is de trouw, de betrouwbare zorg voor ouderen en jongeren, de zekerheid van een dak boven je hoofd en brood op de plank.

Zijn levensmotto is: ’doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’.

Hij weet wat hij heeft; hij gaat voor de zekerheid daarvan en laat zich niet gek maken door de gedachten aan een overkant waar het gras groener is. Want of je daar ooit komt moet je nog maar afwachten.

 

De gelijkenis wijst naar een vader, die ook onze Hemelse Vader is.

We horen dat deze Vader in de hemel wacht, niet zomaar wacht, maar in ’liefde’ wacht.

Als wij vandaag de parabel van Jezus op deze manier lezen dan mogen wij die liefde van ’boven’ misschien ook naar ’beneden’ trekken en verlangen dat we met die liefde onszelf tegemoet treden als we boos zijn.

Als we in liefde: vergevend, verzoenend, begripvol en mild met elkaar omgaan dan keren we ons toe naar elkaar, zoals de vader zijn oudste zoon tegemoet trad.

Ik wens het ons allen toe.

 

 

                                                                                             4 en 5 september 2010

                                                                                              Hans van Achthoven

 

 

n
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontwerp: Port of Call BV ©